Als je problemen hebt met eten, heb je dan direct een eetstoornis? Wanneer heb je eigenlijk een eetstoornis? En wat is het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis, of is dat hetzelfde? Om te beginnen bij de eerste vraag: nee, als je problemen hebt met eten heb je niet direct een eetstoornis. Een eetprobleem is niet hetzelfde als een eetstoornis. Het grootste verschil is dat een eetstoornis je hele leven en functioneren negatief beïnvloedt en in de weg staat, terwijl dit bij een eetprobleem niet het geval is. Ik probeer dit te verduidelijken aan de hand van twee voorbeelden. In het eerste voorbeeld is er sprake van een eetprobleem en in het tweede voorbeeld van een eetstoornis.


Maria is een vrouw van 40 jaar ze is vrijgezel en gaat graag uit. Ze drinkt graag een glaasje wijn en eet graag een bitterbal en andere snacks. Ondertussen is ze al een heel aantal kilo’s aangekomen en daar is ze niet heel blij mee. Ze baalt van zichzelf en voelt zich iedere keer weer schuldig. Iedere maandag neemt ze zich weer voor om af te vallen. Ze gaat naar de supermarkt om gezonde dingen te kopen en start iedere keer weer met goede moed. Maar wanneer het weekend er aan komt vervallen al haar goede voornemens en gaat ze al snel weer borrelen met haar vriendinnen en gezellig uit eten. Ze vergeet dat ze op de calorieën zou letten en geniet van alle heerlijk hapjes en drankjes. Dan breekt de nieuwe week weer aan en komt het schuldgevoel weer naar boven. Ze voelt zich hier dan best heel rot over maar het heeft verder geen negatieve invloed op haar dagelijks leven. Dit noemt men een eetprobleem.


Lisa is een hardwerkende vrouw van 35 jaar. Ze is perfectionistisch en niet snel tevreden over wat ze doet. Ze valt buiten de boot bij haar collega’s en ze heeft niet veel vriendinnen. Ze is veel alleen en heeft een heel beperkt sociaal leven. Ze kan bij weinig mensen haar verhaal kwijt behalve soms bij haar moeder. Ze is zich het afgelopen jaar gaan focussen op haar gewicht. In eerste instantie deed ze dit omdat ze graag wat af wilde vallen en misschien meer aandacht zou krijgen van haar mannelijke collega’s. Maar inmiddels staat ze twee keer op een dag op de weegschaal en durft ze nog maar weinig dingen te eten uit angst er dik van te worden. De hele dag denkt ze aan eten en niet eten. Wat ze moet eten in de avond en wat niet. Ze maakt lijsten en probeert alles te controleren. Eten is een dagtaak geworden. Desondanks blijft ze het wel goed doen op haar werk. Ze krijgt juist complimenten over haar presteren. Ze heeft het gevoel controle te hebben over haar leven en dit voelt krachtig. Tegelijkertijd voelt ze zich eenzamer en negatiever dan ooit. Hier is sprake van een eetstoornis.